De batterij in de Margarethapolder

door Edwin Hamelink

Op 1 oktober 1795 werden we ingelijfd bij Frankrijk. Al vrij snel, in ieder geval vanaf 1803, heeft Napoleon het plan om bij Terneuzen in de Margarethapolder een marinehaven en arsenaal aan te leggen. Op 12 juli 1805 werden de plannen voor de haven gepresenteerd.
De haven zou bestaan uit een buitenhaven, binnenhaven en achterhaven. Op de kaden zouden arsenalen, kazernes, magazijnen en werkplaatsen verschijnen en beide havenmonden zouden voorzien worden van vuurtorens. De haven had een tweede Boulogne moeten worden. De haven zou als thuisbasis dienen voor 30.000 man personeel, inclusief 1.130 gevangenen en zeelieden. Het zou, inclusief families en verdere werkgelegenheid die dit met zich mee zou brengen, van belang zijn voor een populatie van 50.000 mensen. Het kruitmagazijn zou een capaciteit krijgen van 4.000 ton en de hangars een oppervlakte van 7.000 m2 voor de opslag van 80.000 boomstammen en 500 ton maïs. Verder verschillende schuren voor het onderdak brengen van 64 koeien en werkplaatsen voor het tegelijkertijd repareren van twee schepen. De magazijnen zouden opslag bieden voor de bevoorrading van drie schepen en tien fregatten. Bij de haven zou een administratief gebouw, huisvesting voor de commandanten en officieren, een barak met 30 tot 40 bedden en een kapel verschijnen. Het havenbassin kon een totaal van 30 schepen een ligplaats bieden. Het gehele complex zou worden omgeven met een gebastioneerde vesting met vestinggracht.


In 1807 werd er een kustbatterij aangelegd ter bescherming van de nog aan te leggen haven. De batterij was aan de voorzijde halfrond en de rechte achterzijde had een lengte van circa 150 meter. In totaal konden er twintig stukken geschut worden opgesteld.
Op 16 augustus 1809 komt er het Engelse fregat "Impérieuse" onder commando van Captain Thomas Garth tot bij Terneuzen. Het fregat werd beschoten vanaf de batterij. Dit werd beantwoord met een tegenvuur, waarbij het kruitmagazijn werd geraakt. Daarbij zijn dodelijke slachtoffers gevallen. Volgens verschillende bronnen lopen de aantallen uiteen. De ene bron heeft het over 23 doden, terwijl een andere bron 80 doden en 150 gewonden vermeld. In de Burgerlijke Stand zijn maar 6 slachtoffers terug te vinden.


Na de beschieting worden er de nodige aanpassingen gedaan. Op 16 december 1809 is een ontwerptekening gemaakt van de nieuwe kustbatterij met achterliggende redoute. De redoute is waarschijnlijk nooit aangelegd. Als eerste werd begonnen met de aanpassingen van de kustbatterij. Daartoe werd op 26 april 1810 een detailtekening gemaakt. De bestaande batterij werd verder versterkt en er werd een kogelgloeioven en ondergrondse kruitkelder gebouwd. Verder werden er twee waterputten gegraven, die nog altijd zichtbaar zijn in het natuurgebied.
Op 29 september 1811 bezoekt Napoleon de batterij en de havenwerken. Hij is op dat moment op doorreis vanaf Vlissingen naar Antwerpen. Op 2 februari 1814 trekken de Fransen zich terug uit dit gebied. Ze verbranden de affuiten en het kruit werd in de sneeuw geworpen. Door latere werkzaamheden aan de zeedijk is de batterij geheel verdwenen.
De haven is nooit voltooid vanwege de enorme kosten en de te lange tijd die het met zich zou meebrengen tot voltooiing. De constante sterke stroming tegen de polder en de reeks aan oevervallen zal daar zeker ook mee te maken hebben. Mogelijk dat een begin met de bouw is gemaakt in noordelijke inlaag van het in 1775 geïnundeerde gedeelte van de polder. Een tweede mogelijkheid is dat er werd begonnen met de bouw van een havendam ten westen van de kustbatterij in de schorren voor de polder.

In 2008 is er op de zeedijk van de Margarethapolder een kanon op affuit, met informatiepaneel geplaatst ter herinnering aan de kustbatterij. Zie hier de nieuwsberichten over dit project.


kanon margarethapolder terneuzen

Foto: Edwin Hamelink

kanon margarethapolder terneuzen

Foto: Edwin Hamelink

 

kanon margarethapolder terneuzen