Korte geschiedenis van Terneuzen

door Edwin Hamelink


In 1325 komt Ter Nose (Terneuzen) voor ’t eerst in de archieven voor. Vanaf Terneuzen liep de zogenaamde Gentse Vaart richting Gent. Met de Pacificatie van Gent kwam de stad in de handen van de Staten. De huidige Terneuzense Markt was de haven. Reeds in 1460 wordt de haven van Terneuzen vermeld. In dit haventje werden goederen overgeslagen om per trekschuit richting Gent te worden vervoerd. Deze Gentse Vaart bleef in gebruik tot 1583, in dat jaar werd deze afgesloten in verband met de aanleg van de vesting Terneuzen. In 1491 wordt het kleine dorpje gefortificeerd. Mogelijk vanwege de strategische positie aan de vaart naar Gent.

Tachtigjarige oorlog

Vanwege de voortdurende dreiging van de Watergeuzen, die telkens vanuit Vlissingen invallen uitvoeren in Zeeuws-Vlaanderen en Terneuzen liet Filips II in 1575 een fort bij Terneuzen bouwen. Nadat in 1576 Terneuzen Staats was geworden dreigde de stad toch weer in Spaanse handen te vallen. In 1583 ging de Baljuw van het Land van Waas, Servaas van Steelant, over naar Spaanse zijde. Hierdoor werden Hulst, Axel en Sas van Gent weer Spaans gebied. Ook Terneuzen dreigde voor de Staatsen verloren te gaan, maar op zondagavond 6 november 1583 landde Hohnelohe, met 10 vendels grotendeels Duitse huursoldaten bij Terneuzen. Hohnelohe liet de Moffenschans bouwen en wist de Spanjaarden buiten de deur te houden. Hij liet van Terneuzen een stevige vesting maken en er werd een garnizoen gehuisvest. De loop van deze vestingwerken is nog gedeeltelijk te herkennen in de Lange Kerkstraat en de Nieuwstraat.

Het is voor Terneuzen erg belangrijk geweest dat Hohnelohe in 1583 de Spanjaarden buiten de deur heeft weten te houden. Hierdoor verkreeg Terneuzen van Willem van Oranje op 23 april 1584 stadsrechten. Nu in Axel de Spaanse rechters het weer voor het zeggen hadden, werd in Terneuzen een Staatse rechtbank geïnstalleerd. Omdat de Terneuzenaren ook niet meer de weekmarkt in Axel konden bezoeken, en om de handel met de vijand te beperken, werd Terneuzen het recht gegund een weekmarkt te houden. In die jaren hadden de bewoners van het kleine stadje het niet gemakkelijk. De gehele streek was namelijk frontgebied. Door inundaties en oorlogshandelingen was de oogst verloren gegaan, waardoor er een onbeschrijfelijk armoede heerste.
Op 17 juli 1586 deden de Staatse troepen vanuit Terneuzen een aanval op het door de Spanjaarden bezette Axel en veroverden de stad.

Franse inval 1747

Tijdens de andere oorlogen in de zeventiende eeuw, waarbij de Republiek was betrokken, kreeg de stad niet met vijandigheden te maken. Datzelfde geld voor de Spaanse successieoorlog (1702-1713), maar tijdens de Oostenrijke successieoorlog werd Zeeuws-Vlaanderen in november 1747 door Franse troepen bezet. Ook voor Terneuzen dreigde inkwartiering, maar de magistraat wist dit af te kopen voor een bedrag van 200 ducaten. Enige tijd later werd de commandant 8 a 10.000 ducaten geboden om vier compagnieën ruiters uit het ambacht te doen vertrekken. Op 28 januari 1749 vertrokken de laatste Fransen uit het land van Axel.

Franse tijd

In oktober 1794 trokken weer Franse troepen Terneuzen binnen. Geheel Zeeuws-Vlaanderen was ingenomen en kwam tot het Franse grondgebied te behoren. De Westerschelde was de grens tussen Frankrijk en de Bataafse Republiek. In 1809 stond Terneuzen onder de dreiging van een mogelijke Engelse inval. In juli 1809 lag er bij Vlissingen een Engelse vloot met aan boord 40.000 man en 6000 paarden. De bevelhebber van deze vloot had de opdracht gekregen de arsenalen en werven in Antwerpen, Terneuzen en Vlissingen onschadelijk te maken. In augustus van dat jaren voeren de Engelse schepen de Westerschelde op. Zes tweemasters lagen voor Ellewoutsdijk, tegenover Terneuzen voor anker. Een aanval bleef echter uit. In december 1809 voeren de laatste Engelse schepen de Westerschelde uit. Terneuzen was er goed vanaf gekomen. Alleen was een door Napoleon opgeworpen batterij in de Margarethapolder bij Zaamslag door een granaat van een Engels fregat getroffen en in de lucht gevlogen, waarbij 23 doden waren te betreuren. Op 2 februari 1814 vertrokken de laatste Franse soldaten uit Terneuzen.

Het Kanaal

In 1827 werd het Kanaal Gent-Terneuzen in gebruik genomen. Bij Terneuzen kwamen twee schutkolken te liggen. Met de komst van dit kanaal is Terneuzen gegroeid tot een handelsgemeente van formaat. Nog steeds spelen dit kanaal en de havens een belangrijke rol in de economische betekenis van Terneuzen.

Belgische opstand

In 1830 probeerden Belgische opstandelingen de Zeeuws-Vlaamse bewoners over te halen zich bij hen aan te sluiten, zodat Zeeuws-Vlaanderen een deel kon worden van het te stichten Belgische koninkrijk. Op 20 oktober van dat jaar trokken zo’n 75 bewapende Belgische opstandelingen, onder leiding van Ernest Gregoire de stad binnen met de bedoeling Zeeuws-Vlaanderen in te nemen. De Rijks Ontvanger van Terneuzen werd zijn geld afhandig gemaakt, en bij de kapitein van de 5e compagnie van de rustende schutterij werden 25 geweren en 4 sabels met toebehoren meegenomen. Na nog geen vier uur in Terneuzen aanwezig te zijn geweest vertrokken ze echter weer. De reden van hun vertrek is onduidelijk. Bij Koninklijk Besluit van 17 juli 1833 werd de vesterking van de vesting Terneuzen bevolen. De nieuwe vestingwerken bestonden uit negen bastions, een aantal stadspoorten, kruitkelders en andere gebouwen. De Arsenaalkazerne aan de Nieuwstraat maakte ook deel uit van deze vestingwerken.

Eerste Wereldoorlog

Van de Eerste Wereldoorlog heeft Terneuzen weinig gevolgen ondervonden. In augustus 1914 kwamen veel Belgische vluchtelingen naar Zeeuws-Vlaanderen. Na de val van Antwerpen op 9 oktober 1914 werd dit nog veel erger.

Tweede Wereldoorlog

Vanaf 24 mei 1940 kwam Terneuzen onder Duitse bezetting. Op 20 september 1944 werd Terneuzen bevrijd door een onderdeel van een Poolse pantserdivisie.

Laatste kwart 20e eeuw

Na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog kreeg Terneuzen op 1 februari 1953 te maken met de Watersnoodramp. Het lage gedeelte van het stadscentrum heeft een aantal dagen te kampen gehad met een behoorlijke wateroverlast. Vele vrijwilligers en de hulpdiensten zoals brandweer, en een honderdtal militairen uit Weert hebben veel werk verzet om alles weer op orde te krijgen.

In 1968 werd de kanaalverbreding en de nieuwe sluizen opgeleverd. De kanaalverbreding en de nieuwe sluizen hebben ervoor gezorgd dat Terneuzen behoorlijk ging groeien. Mede de komst van chemiegigant Dow heeft ervoor gezorgd dat Terneuzen thans de grootste gemeente van Zeeuws-Vlaanderen is en een belangrijk handels- en industriecentrum is geworden. Na het openen van de Westerscheldetunnel in 2003 is Zeeuws-Vlaanderen, en Terneuzen, niet meer afhankelijk van de veerdiensten over de Westerschelde.